Reisverslag Mille Miglia met zoons (in 3 delen)
Ik ga op reis en ik neem mee…
Drie transaxles, een zooitje bagage en je 18-jarige tweeling, bijvoorbeeld. Achteraf gezien een vrij uniek gegeven, tenminste als ik de reacties die ik kreeg mag geloven. Het is eigenlijk ook best apart: een vrouw die met haar twee zoons in een eigen transaxle treintje een rondreis over de Alpen gaat maken, en die dan ook nog een bezoekje brengen aan de beroemde Mille Miglia.


Zelf heb ik al diverse malen, via een zeer grote omweg over diverse bergpassen in de Alpen en Dolomieten, de start van de Mille Miglia bezocht. Een rondreis van gemiddeld 3.200 kilometer. Een aantal keren heb ik deze reis ook voor een groep georganiseerd. Bekend terrein voor mij, maar voor mijn zoons was het allemaal maar erg vaag. Natuurlijk hebben ze een aantal jaren mijn enthousiaste verhalen aangehoord, maar horen is heel wat anders dan zien. Naar foto’s staren is immers ook niet alles.
Dit jaar zou ik eigenlijk niet gaan. De jongens brachten het echter ter sprake. Na het behalen van hun rijbewijs vorig jaar oktober, was het rijden in het buitenland een aantrekkelijk vooruitzicht. Martijn zit tussen twee opleidingen in. Voor hem was het geen probleem om bij zijn tijdelijke werk verlof op te nemen. Voor Michiel was het een ander verhaal. Hij zou medio mei nog op school en stage verwacht worden. Na een officiële aanvraag, met verwijzing naar vakinhoudelijke overeenkomsten en de belofte om er achteraf een presentatie over te geven, kreeg Michiel zowaar vrij.
De hotels waren snel geboekt, je moet immers ruim op tijd zijn wil je nog kamers kunnen bemachtigen in deze periode. Daarna lag alles even stil. De route kon ik nog niet geheel voorbereiden, omdat tot eind april de meeste bergpassen vanwege sneeuw nog gesloten zijn. De definitieve route kan daardoor pas begin mei bepaald worden en dan nog is het zaak om iedere reisdag online de bergpassen die op het programma staan te controleren.


Met de auto’s dachten wij dat het wel goed zat. Mijn 968 en de 924S van Michiel, werden regelmatig gereden en voor de derde transaxle hadden wij nog een paar maanden om hem weer in elkaar te puzzelen. Na 11 jaar stilstand was het noodzakelijk om deze helemaal na te lopen en veel “weke” onderdelen zoals rubbers en leidingen te vervangen. Daarom lag de motor en een deel van het onderstel sinds de winterstop al uit elkaar. De tijd ging echter dringen terwijl ik nog niet alle benodigde onderdelen gevonden c.q. aangekocht had. Dat is het grote nadeel van een gelimiteerde klassieker.
Eind maart, een zestal weken voor vertrek, werd het toch wel spannend. De benodigde onderdelen waren nog steeds niet gevonden. De redding kwam echter geheel onverwacht in de vorm van een 924 turbo. Die auto had ik sowieso aangekocht vanwege de ongerestaureerde nieuwstaat waarin hij verkeerde, maar nu was het derde voertuig ook meteen gegarandeerd.


Eind april konden Michiel en ik eindelijk beginnen met het uitwerken van de route. Naast de .gpx versie voor in de navigatiemodules, maakten wij ook een papieren routeboek. Apparaten kunnen immers stuk. Belangrijke informatie en adressen, de uitgewerkte route, plattegronden, informatie over (auto-gerelateerde) uitstapjes, bezienswaardigheden en natuurlijk wat extra informatie over de hotels werden erin verwerkt.
So far so good dacht ik, totdat ‘Finagle’s law’ in werking trad: Als iets mis kan gaan, dan gaat het mis – op het slechtst denkbare moment. Twee weken voor vertrek stond de 968 plotseling stil. Een scheur in de koppelingscilinderslang. Daar bleef het niet bij, een week voor vertrek bleek een schokbreker van de 924S lek. Gelukkig werden de nieuwe binnen twee dagen bezorgd en konden wij beide voorste schokbrekers nog net op tijd repareren. Maar alles komt vanzelfsprekend in drieën: twee dagen voor vertrek meldt een van de hotels dat ze toch niet opengaan. Dat is het nadeel van mijn voorkeur voor bijzondere of prachtig gelegen hotels, deze lag zo afgelegen dat hij nog ingesneeuwd was. En probeer dan nog maar last-minute voor 3 personen een kamer te boeken die in de buurt van de reeds uitgewerkte route ligt. En het moet er natuurlijk ook een zijn met een veilige parkeerplaats voor onze drie Porsches.
Gelukkig blink ik uit in crisismanagement, waardoor wij alsnog op tijd alles rijdend en geboekt hadden.
De enige zorg die overbleef was of alle drie de oudjes, de oudste is 38 jaar oud en de jongste 25 jaar, het onderweg allemaal zouden volhouden. Zeker omdat de 924 turbo nog geen 5 weken daarvoor aan de collectie toegevoegd was en ik, behalve de papieren historie, nog niet had kunnen ervaren of hij daadwerkelijk in goede staat was.
Nieuwsgierig naar het verdere verloop van onze reis? Volgende week kan je het vervolg in mijn volgend column lezen.


Het bericht Ik ga op reis en ik neem mee… verscheen eerst op Vierenzestig.


Bron: vierenzestig.nl